Faunabeheer

Vrijwel alle in Nederland voorkomende wilde diersoorten zijn beschermd middels de Flora- en Faunawet. Dat houdt in dat het in principe verboden is om een in het wild levend dier te vangen of te doden. Toch kan dat gewenst (bij overlast) of noodzakelijk (bij lijden) zijn. Hiervoor zijn ontheffingen mogelijk van de F&F-wet. Zo is het vergunninghouders toegestaan om bepaalde diersoorten gedurende een bepaalde periode te bejagen. Andere diersoorten, zoals de grote hoefdieren (ook wel grofwild genoemd) of sommige soorten ganzen, kunnen op speciaal verzoek van de grondgebruiker worden beheerd of bestreden. De grondgebruiker moet daar dan wel een gegronde reden voor hebben welke door het provinciebestuur wordt getoetst.

Voor de uitvoering van het faunabeheer zijn daarom diverse ontheffingen, toestemmingen en/of vergunningen nodig, naast de bewijzen van allerlei genoten vakgerichte opleidingen. Met name de grote grondeigenaren zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de provinciale landschappen vragen van hun faunabeheerders dat zij de jachtopleiding hebben gevolgd, gekwalificeerd persoon zijn voor de wildhygiëne (vleeskeuring) en een diploma reewildbeheer en/of grofwildbeheer hebben behaald. Deze faunabeheerders mogen met recht deskundigen genoemd worden in wiens handen de duurzame instandhouding van populaties dieren in goede handen is.

Groene diensten